Beroerte
Er zijn 2 soorten beroerte:
TIA - ontstaat meestal ’s nachts (afsluiting, propje)
- ’s ochtends bij het opstaan zijn er klachten
- Gaat weer over
CVA - ontstaat ook meestal ’s nachts (afsluiting)
(een bloeding kan op elk moment van de dag optreden, maar komt niet zo vaak voor als een afsluiting)
- meestal ’s ochtends bij opstaan zijn er klachten
- gaat niet meer over (er zijn restverschijnselen)
Afsluiting (infarct):
- prop(je) of verkalking in een van de bloedvaatjes in de hersenen
- afsluiting in een groot bloedvat is zeer ernstig en meestal dodelijk, omdat een groot deel van de hersenen dan onvoldoende zuurstof en voeding krijgt.
Bloeding:
- Subduraal = tussen hersenen en schedeldak (onder de dura = harde hersenvlies). Ontstaat vaak door geweld.
- Subarachnoïdaal = onder het spinnewebvlies. Dit ligt tussen het harde vlies en de hersenen of aan de onderkant van de hersenen (schedelbasis)
Dit is meestal een aneurisma (spontaan scheuren van bloedvat)
Klachten bij CVA:
Linkerhersenhelft:
- spraak- / taalstoornis (bij rechthandigen en meestal linkshandigen)
- gedrag = langzaam en voorzichtig
- geheugenstoornissen (op taalgebied)
Rechterhersenhelft:
- ruimtelijke waarneming gestoord (bijv. één kant van bord eten zien)
- gedrag = snel en impulsief
- geheugenstoornissen (bij het uitvoeren van handelingen)
- (soms spraak- / taalstoornis bij linkshandigen)
Grime:
alleen licht rood opbrengen op de ‘konen’. Goed afdeppen !
Bij een bloeding is het hele gelaat licht rood.
Acteren:
- ‘blazen’ van de lippen/wang aan de getroffen zijde
- ogen draaien naar kant van de aandoening (in het hoofd)
- niet of slecht spreken
- kan lippen niet ‘recht’ optrekken om tanden te laten zien
- verlamming van arm en been (kruist soms in de nek !)
- kan zittend of liggend gespeeld worden
- kan bij kennis zijn of bewusteloos
- bij bewusteloze een snurkende, onregelmatige ademhaling
- zorg er voor dat ook bij bewusteloosheid duidelijk zichtbaar is dat het om een beroerte gaat
- als slachtoffer bij kennis is dat vaak opstandig omdat hij/zij zich niet goed kan uiten en bewegen
Wat is een beroerte
Als de bloedvoorziening naar de hersenen plotseling onderbroken wordt, spreekt men van een beroerte. Er kan dan sprake zijn van een hersenbloeding, van een herseninfarct en van een TIA of tijdelijke/voorbijgaande beroerte (zie hieronder). Een beroerte wordt ook wel een stroke (Engels) of een CVA genoemd: Cerebro Vasculair Accident.
Doordat er geen bloed meer komt in een deel van de hersenen, functioneert een deel van de hersenen niet meer. Meestal treden er verlammingen op, naast andere verschijnselen.
In Nederland krijgen ongeveer 30.000 mensen per jaar een beroerte en leven rond 120.000 mensen met de gevolgen van een beroerte. Het is doodsoorzaak nummer 4 in Nederland en één van de belangrijkste oorzaken van (blijvende) invaliditeit.
Herseninfarct
In 80% van de gevallen van de beroertes gaat het om een herseninfarct. Dit ontstaat als een bloedstolsel een slagader in het hoofd afsluit, waardoor een deel van de hersenen geen bloed en dus geen zuurstof meer krijgt. Dit deel van de hersenen sterft daardoor af. De oorzaak van de vernauwing in de slagader kan slagaderverkalking (ook wel atherosclerose genoemd) zijn, maar het is ook mogelijk dat een bloedprop via het hart naar de hersens aangevoerd is en daar een ader afsluit.
Hersenbloeding
Een hersenbloeding ontstaat doordat een zwakke plek in een bloedvat openbarst of scheurt. Hierdoor raakt er hersenweefsel beschadigd. De verschijnselen zijn hetzelfde als bij het herseninfarct met uitzondering van een enorme hoofdpijn. Deze komt vrijwel alleen voor bij een bloeding. Meestal is dit kortdurend, omdat de bloeding vrij snel bewusteloosheid tot gevolg heeft.
TIA (tijdelijke of voorbijgaande beroerte)
Als de verschijnselen van een beroerte maar kort aanhouden, is er sprake van een TIA (transient ischemic attack). Dit is een tijdelijke beroerte, waarbij de verschijnselen tussen de 20 minuten en 24 uur aanhouden. Verlamming, duizeligheid, dubbelzien of blindheid aan één oog zijn veelvoorkomende verschijnselen. Meestal aan één kant, omdat de TIA meestal maar in één hersenhelft zit. De linker hersenhelft stuurt de rechterkant van het lichaam aan en de rechter hersenhelft stuurt de linkerkant van het lichaam aan. Bij verlamming aan de linkerkant van het lichaam, is er dus sprake van een beroerte ergens in de rechter hersenhelft. Verder zit het spraakcentrum weer in de linkerhersenhelft.
Gevolgen van een beroerte
Een beroerte heeft lichamelijke gevolgen, maar zeker ook psychologische en sociale. Welke gevolgen precies, hangt af van de zwaarte van de beroerte (de omvang van de beschadiging) en van de plek van de beroerte.
Veel voorkomende lichamelijke gevolgen zijn:
• spraakstoornissen, wartaal uitslaan
• taal moeilijker spreken én begrijpen
• verlammingsverschijnselen, meestal aan één kant van het lichaam
• uitval van gezichtsvermogen, meestal aan één kant van het lichaam
• verstoorde waarneming, zoals nog maar één kant van een bord eten zien
• concentratieproblemen, vergeetachtigheid
• vertraging van het denkproces, alles gaat in een flits aan iemand voorbij
• stoornissen in gedrag, emoties en/of denken; denk hierbij aan depressiviteit, zelfoverschatting, snel geëmotioneerd of boos zijn
Doordat er na een beroerte vaak sprake is van moeilijkere communicatie (met de omgeving), gedeeltelijk verlies van het gezichtsveld en fysieke problemen, kunnen mensen problemen krijgen. Zo kan men door (gedeeltelijke) invaliditeit in de ziektewet belanden, sociale contacten kunnen minder worden en ook de familie kan heel wat te stellen krijgen met de patiënt waardoor daar druk ontstaat of schuldgevoelens ontstaan.
Dit zorgt ervoor dat de gevolgen van een beroerte een enorme impact kunnen hebben op de patiënt en zijn/haar omgeving.
Denkt u dat iemand een beroerte heeft? Doe dan snel de FAST-test!
De FAST-test (Face Arm Speech Test) is een snelle test om een beroerte bij iemand te herkennen.
Hieronder staat aangegeven hoe u deze test uitvoert:
1. Face (gezicht) : vraag aan de persoon om te lachen of de tanden te laten zien. Als de mond scheef staat of een mondhoek naar beneden hangt, kan dit duiden op een beroerte.
2. Arm (arm) : vraag aan de persoon om beide armen op te tillen en voor zich uit te strekken met de binnenzijde van de hand naar boven. Als een arm wegzakt of rondzwalkt kan dit duiden op een beroerte.
3. Speech (spraak) : vraag aan de persoon of aan omstanders of er verandering in het spreken zijn opgetreden. Als de persoon onduidelijk begon te spreken of niet meer uit de woorden kon komen, kan dit duiden op een beroerte.
Doet minimaal één van deze bovenstaande verschijnselen zich voor, handel dan direct en bel 112. Hoe eerder een beroerte behandeld wordt, hoe meer kans op herstel! Geef ook door aan 112 hoe laat de verschijnselen begonnen.
Lotuskring West-Brabant