Verstuiking:
Hierbij wordt de normale beweeglijkheid van een gewricht overschreden waardoor
het gewrichtskapsel te veel uitrekt of scheurt. Weefsel en bloedvaten kunnen
daarbij scheuren.
Bij opgerekt kapsel: later zwelling mogelijk
Bij gescheurd kapsel: direct scherp begrensde zwelling en hevige pijn
Enkel
Door verstappen, vaak bij sport
Meestal buitenenkel
Knie
Door abnormale beweging van gewricht, vaak bij sporten
Pijn voornamelijk aan een van zijkanten, in ernstige gevallen beide zijden
Pols
Polsgewricht en handwortel getroffen
Pijn aan boven- en onderzijde, minder aan zijkanten
Ontstaat meestal door vallen op de hand
Elleboog
Door vallen en/of abnormale beweging
Pijn aan en of beide zijkanten, bijna nooit in elleboogplooi
Ontwrichting
Bij een ontwrichting wordt de normale beweeglijkheid van een gewricht zo
ver overschreden dat de gewrichtskop uit de kom schiet. Hiervoor is veel
geweld nodig.
Kapsel en banden zijn meestal ook gescheurd.
Schouder
De meest voorkomende ontwrichting is die van de schouder.
Ontstaat door:
- val met uitgestrekte arm om zichzelf op te vangen
- val op de zijkant van de schouder
- een gooibeweging waarbij gewrichtsbanden worden overstrekt
- een van waarbij je iets vastpakt, bijv. trapleuning
S.o. houdt zelf arm vast (gefixeerd) in stand die miste pijn doet.
Steun met andere arm zodat bovenarm en schouder niet bewegen.
S.o. heeft machteloos gevoel en pijn in de arm, evt. tintelingen. Kan vingers
wel bewegen.
Veel pijn, van gezicht af te lezen.
Wil arm niet buigen, hulpverlener kan wel arm buigen in elleboog, zonder
al te veel pijn.
Schouder hangt iets naar voren en naar beneden. Arm is licht gebogen.
Botbreuken
Onderarm
Ontstaat door indirect geweld (vallen op hand of uitgestrekte of licht gebogen
arm) of door direct geweld (slag of beknelling).
Pijn op plaats breuk
Ondersteun arm met andere arm
Draaien of bewegen van onderarm en/of pols is niet mogelijk
Vingers kunnen wel licht bewegen zonder kracht te zetten
Bovenarm
Ontstaat door val van enige hoogte op schouder, elleboog of uitgestrekte
arm of door direct geweld: hevige slag of stoot.
Het is een sterk bot en er moet enig geweld aan te pas komen.
Bijzonder pijnlijk
Arm fixeren tegen de romp (met andere arm), ook tijdens lopen
Onderarm kan (met enige moeite) worden gebogen, zodat brede das aangelegd
kan worden.
Sleutelbeen
Meestal indirect geweld: val op gestrekte arm. Kan ook via direct geweld.
Pijn op plaats van de breuk
Schouder wat lager en iets naar voren
Hoofd neigt iets naar gewonde zijde (halsspieren worden ontspannen)
Hoofd kan wel langzaam worden bewogen !
Arm kan niet actief worden opgetild
Arm wordt meestal gefixeerd tegen het lichaam
Plotselinge bewegingen doen pijn
Onderarm kan worden bewogen. S.o. kan ook zitten en lopen.
Bekken
Flink geweld nodig: beklemming, overrijding, val van flinke hoogte
Hevige pijn in bekkenstreek
Benen niet kunnen / willen bewegen (kan wel, maar pijn wordt erger)
Beweging van de romp geeft extra pijn
Soms aandrang tot urineren
Zorg, angst voor hulpeloosheid / gevolgen.
Dijbeenhals
(Collumfractuur)
Komt veel voor bij oudere mensen
Ontstaat door vallen op de grond (struikelen, uitglijden)
Pijn in de liesstreek
Getroffen been is iets korter en ligt naar buiten gedraaid
Kan het been iets bewegen zonder dat dit pijn doet
Kan het been niet optillen
(Soms kan een s.o. nog strompelen of lopen)
Onmacht / angst / schrik: als heup maar niet gebroken is / nooit meer kunnen
lopen
Bovenbeen
Veel geweld nodig:
Overreden, aangereden, autobotsing met grote snelheid
Val van grote hoogte
Pijn op de plaats van de breuk
Been kan niet worden bewogen
Beweging van de romp verergert pijn
(Eventueel shock, duurt tot wel 1½ uur voordat verschijnselen er
zijn)
Knieschijf
Door val op de knie, trap tegen de knie
Hevige pijn op de plaats van de breuk
Voorzijde knie is zeer gevoelig en zeer pijnlijk
Been kan niet gestrekt worden en niet gestrekt worden opgetild
S.o. draait altijd op de rug (liggen of zitten)
Been in iets gebogen stand houden
Enkel
Onderste deel van scheenbeen, kuitbeen en sprongbeen
Breuk van buitenenkel (kuitbeen) komt het meest voor
Pijn op plaats van de breuk
Kan enkel niet bewegen en er niet op staan. Elke beweging doet pijn.
(Evt. wond en zwelling grimeren, hoeft niet)
S.o. zit of ligt
Ook acteren zonder grimeren:
Botbreuken: - borst- of lendewervels
- halswervels
- onderkaak
- ribben
(deze onderwerpen zijn in andere les al behandeld)
Lotuskring West-Brabant